top of page
Zoeken

Ouders mogen verschillend opvoeden

Johan Samson
11 okt
5 minuten om te lezen
Twee ouders bekijken samen met hun kind een herfstblad in een landelijke tuin.

Je kind is overstuur. Jij wilt eerst luisteren en dichtbij blijven. Je partner denkt dat wat ruimte en een duidelijke afspraak beter helpen. Voor je het weet, gaat het gesprek over wie te zacht is of wie te weinig begrip toont. En ergens valt die bekende zin: “We moeten toch op één lijn zitten?”


Achter die zin zit vaak een begrijpelijk verlangen. Je wilt dat je kind zich veilig voelt en dat jullie elkaar als ouders steunen. Tegelijk kan “op één lijn zitten” ongemerkt gaan betekenen dat jullie op dezelfde manier moeten reageren. Dan wordt de eigenheid van één van jullie al snel iets wat gecorrigeerd moet worden.


Mijn uitgangspunt is dat ouders een gedeelde basis nodig hebben, met ruimte om elk op hun eigen manier ouder te zijn. In het onderzoek naar samen opvoeden, of coparenting, krijgen wederzijdse steun en het omgaan met meningsverschillen een belangrijke plaats. Verschil van mening hoeft op zichzelf geen probleem te vormen wanneer ouders daar respectvol mee omgaan en elkaar blijven ondersteunen. [1]


Jullie brengen immers elk een voorgeschiedenis mee. Wie opgroeide met weinig houvast, kan sterk verlangen naar structuur. Wie als kind nauwelijks iets mocht beslissen, kan autonomie bijzonder belangrijk vinden. Een partner ziet dan misschien “overdreven controle” of “te veel vrijheid”, terwijl er onder die reactie een poging zit om het kind iets te geven wat vroeger ontbrak.


Dat maakt iedere reactie nog niet passend. Je voorgeschiedenis kan helpen begrijpen waarom iets je raakt. Als ouder blijf je verantwoordelijk om te onderzoeken of je reactie aansluit bij wat je kind vandaag nodig heeft. Die verantwoordelijkheid geldt voor beide ouders.


Met congruent opvoeden bedoel ik dat je handelen voldoende aansluit bij wat je bewust voelt en belangrijk vindt. Een compromis kan daar heel goed bij passen. Je kunt een afspraak met overtuiging dragen omdat je begrijpt waarom ze waardevol is, ook als je spontaan iets anders zou kiezen.


Die congruentie komt onder druk wanneer één ouder voortdurend een manier van opvoeden moet volgen die innerlijk niet klopt. Je spreekt de afgesproken woorden uit, terwijl je eigen overtuiging nauwelijks nog een plaats krijgt. Vanuit een therapeutische blik kan zo’n aanhoudende zelfonderdrukking ook de partnerrelatie belasten. Frustratie kan zich opstapelen, je kunt je minder gehoord voelen en afstand kan groeien. Afstemming vraagt daarom ook ruimte om eerlijk te zeggen wat een afspraak met jou doet.


Twee ouders luisteren naar elkaar tijdens een rustig gesprek aan de keukentafel.

Kinderen merken doorgaans dat hun ouders verschillend zijn. Ze leren wie graag uitgebreid praat, wie hen met humor bereikt en bij wie ze eerst even rustig kunnen zitten. Met vertrouwde, begrijpelijke verschillen kunnen veel kinderen leren omgaan. Hoeveel verschil hanteerbaar is, hangt ook af van hun leeftijd, ontwikkeling en behoefte aan voorspelbaarheid.


Een kind kan bijvoorbeeld weten dat de ene ouder voorleest en de andere graag nog even over de dag praat. De afspraak over bedtijd blijft duidelijk, en binnen dat kader heeft ieder een eigen manier om de dag af te sluiten. Zo kan verschil het kind meerdere vormen van nabijheid en steun laten ervaren.


Een ouder leest voor aan een kind in bed terwijl de andere ouder aandachtig aanwezig is.

Kinderen nemen ook de spanning tussen ouders waar. Onderzoek naar ouderlijke conflicten laat zien dat vijandigheid, dreiging en de manier waarop conflicten verlopen samenhangen met de emotionele veiligheid van kinderen. Een meningsverschil dat met respect wordt besproken, heeft een andere betekenis dan een terugkerende strijd waarin het kind betrokken raakt. [2]


Daar ligt een wezenlijke verantwoordelijkheid. Je kind mag jullie verschillen voelen en er vragen over stellen. Het hoeft jullie niet op elkaar af te stemmen, te beslissen wie gelijk heeft of te zorgen dat de sfeer goed blijft. Ook een kind dat bijzonder opmerkzaam is en de spanning feilloos lijkt aan te voelen, blijft kind.


Ruimte voor verschil krijgt pas waarde wanneer jullie er bewust mee omgaan. Deze zeven aandachtspunten kunnen daarbij helpen.


  1. Spreek af wat jullie samen willen bewaken. Begin bij wat jullie kind moet kunnen ervaren. Bijvoorbeeld dat het met verdriet bij jullie terechtkan, dat jullie elkaar respectvol behandelen en dat belangrijke afspraken betrouwbaar zijn. Maak concrete afspraken over onderwerpen waarbij wisselende beslissingen verwarring geven, zoals bedtijd of schermgebruik. Binnen die basis kan de manier van begeleiden verschillen. De ene ouder legt uitgebreider uit; de andere houdt het korter en komt er later op terug.


  2. Onderzoek welke zorg er onder de reactie van je partner zit. Vraag op een rustig moment: “Wat wil jij hiermee beschermen?” of “Wat zou je moeilijk vinden als we het anders aanpakken?” Misschien vreest de ene ouder dat het kind onvoldoende zelfstandigheid ontwikkelt, terwijl de andere bang is dat het zich alleen voelt. Wanneer die zorgen zichtbaar worden, kun je zoeken naar een aanpak die beide serieus neemt. Je hoeft daarvoor elkaars geschiedenis niet volledig te delen.


  3. Maak verschillen begrijpelijk voor je kind. Je kunt eenvoudig zeggen: “Ik praat graag nog even over wat er gebeurd is. Je andere ouder geeft je eerst wat tijd. Je mag bij ons allebei terecht.” Vermijd etiketten zoals “de strenge” en “de zachte”. Die zetten ouders vast in een rol en kunnen het kind het gevoel geven dat het moet kiezen. Leg vooral uit wat het kan verwachten en welke afspraak blijft gelden.


  4. Houd de verantwoordelijkheid voor jullie overleg bij jezelf. Zinnen als “Zeg maar tegen papa dat hij overdrijft” of “Doe het maar, maar vertel het mama niet” maken het kind deel van jullie onderlinge spanning. Bespreek een meningsverschil rechtstreeks met elkaar. Komt je kind met twee verschillende antwoorden, neem dan zelf het overleg over: “Wij hebben dit nog niet goed afgestemd. We bekijken het samen en vertellen jou wat de afspraak wordt.”


  5. Gebruik elkaars kwaliteiten en blijf allebei groeien. Misschien helpt de ene ouder het kind goed om gevoelens te verwoorden en krijgt de andere het gemakkelijker weer in beweging. Kijk hoe die kwaliteiten elkaar kunnen aanvullen. Let er tegelijk op dat één ouder niet alle troost draagt en de andere voortdurend grenzen moet stellen. Beide ouders hebben ruimte nodig voor verbinding én begrenzing. Bespreek ook de praktische verdeling; waardering vervangt geen gedeelde verantwoordelijkheid.


  6. Laat zien hoe je herstelt na een lastig moment. Een kind mag meemaken dat ouders van mening verschillen en opnieuw contact maken. Als het een botsing heeft gehoord, helpt een rustige terugkoppeling: “We waren het niet eens en spraken te scherp tegen elkaar. Dat was niet jouw schuld. We hebben het besproken.” Deel alleen wat past bij de leeftijd van je kind. Het hoeft de details van jullie relatie niet te dragen en hoeft jullie ook niet te troosten.


  7. Kijk naar wat jullie kind daadwerkelijk aankan. Ruimte voor eigenheid vraagt aandacht voor het kind dat voor jullie staat. Als wisselende reacties veel onzekerheid oproepen, maak de verwachtingen dan duidelijker en stem meer af. Sommige kinderen hebben meer voorspelbaarheid nodig, bijvoorbeeld bij autisme, angst of ingrijpende ervaringen. Hun behoefte aan houvast weegt mee in de ruimte die jullie voor verschillen nemen. Eigenheid blijft verbonden met zorg voor de ander.


Verschillen omarmen vraagt ook eerlijkheid over de grens daarvan. Vernederen, intimideren, geweld gebruiken of een kind emotioneel verantwoordelijk maken kun je niet rechtvaardigen als een persoonlijke opvoedstijl. In zulke situaties moet de veiligheid van het kind vooropstaan.


Wanneer jullie elkaar wel ruimte geven en samen verantwoordelijkheid dragen, kan je kind ervaren dat mensen verschillend mogen zijn en zich toch verbonden kunnen weten. Het ziet hoe je naar een ander luistert, je eigen standpunt onderzoekt en een afspraak maakt waar je achter kunt staan.


Ik gun ouders de ruimte om samen te onderzoeken: welke verschillen helpen ons kind, welke verschillen vragen om meer afstemming, en waar doen we onszelf tekort om de schijn van overeenstemming te bewaren? In dat gesprek kunnen jullie elkaar opnieuw leren kennen als partner en als ouder.


Johan Samson


Psychotherapeut


Wetenschappelijke achtergrond bij de passages over samen opvoeden en emotionele veiligheid


[1] Feinberg, M. E. (2002). Coparenting and the Transition to Parenthood: A Framework for Prevention. Clinical Child and Family Psychology Review, 5(3), 173–195. https://doi.org/10.1023/A:1019695015110


[2] McCoy, K., Cummings, E. M., & Davies, P. T. (2009). Constructive and destructive marital conflict, emotional security and children’s prosocial behavior. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 50(3), 270–279. https://doi.org/10.1111/j.1469-7610.2008.01945.x

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page