Johan Samson
Johan Samson

Kinder- en Jongeren Psychotherapeut
Kinder- en Jongeren Psychotherapeut

Mentorschap voor hoogbegaafde tieners
(16+)
Voor jongeren die voelen dat denken meer kan zijn dan presteren alleen.
Wanneer denken geen richting krijgt, ontstaat onrust
Veel hoogbegaafde tieners dragen een complex innerlijk landschap. Ze denken snel, voelen diep en stellen vragen die zelden expliciet ruimte krijgen. Niet omdat ze niet kunnen volgen op school, maar omdat wat hen bezighoudt zich niet laat herleiden tot leerstof alleen.
Ze zoeken verbanden, betekenis, waarheid.
En tegelijk botsen ze op twijfel, uitstel, perfectionisme of een gevoel van “anders zijn” dat moeilijk te plaatsen is.
Dit mentorschap vertrekt precies daar.
Niet om méér kennis toe te voegen,
maar om richting te geven aan wat al aanwezig is.
Voor wie dit traject bedoeld is
Dit mentorschap richt zich op jongeren vanaf het 5de en 6de middelbaar die zich herkennen in een diep en intens denkproces, zoals treffend beschreven in 'Journey into Your Rainforest Mind' van Paula Prober.
Tieners die:
-
voortdurend analyseren en verbanden leggen
-
zichzelf in vraag durven stellen, en daar soms in vastlopen
-
gevoelig zijn voor rechtvaardigheid, authenticiteit en waarheid
-
zich vervelen in oppervlakkige gesprekken, maar hunkeren naar echte dialoog
-
veel potentieel voelen, en tegelijk zoeken naar richting en focus
Motivatie is essentieel.
Dit traject vraagt bereidheid tot engagement, (zelf)reflectie en zelfstandig denken tussen de sessies door.
De kracht van mentorschap
Mentorschap is geen therapie en geen les.
Het is een ontwikkelingsruimte waarin denken, identiteit en richting samenkomen.
Waar school zich richt op wat je leert,
richt mentorschap zich op wie je wordt terwijl je leert.
Binnen dit traject werken we aan:
-
helder denken: leren onderscheiden, structureren en verdiepen
-
zelfinzicht: begrijpen waar keuzes en reacties vandaan komen
-
richting geven: van potentieel naar concrete stappen
-
mentale weerbaarheid: omgaan met twijfel, druk en perfectionisme
-
communicatie: gedachten leren verwoorden in een complexe wereld
Dit gebeurt via dialoog, ervaring en reflectie, niet via standaardmethodes.
Opbouw van het traject
-
Frequentie: 1 dag per maand (in samenspraak nader te bepalen)
-
Duur: volledig schooljaar
-
Groep: maximaal 4 deelnemers
De kleinschaligheid is een bewuste keuze.
Ze laat toe om diepgang te creëren en tegelijk mobiel te blijven.
We werken niet enkel op één locatie, maar trekken er ook op uit:
naar musea, universiteiten, bedrijven of andere plaatsen waar denken tastbaar wordt.
Elke sessie vertrekt vanuit een inhoudelijk thema, maar groeit mee met de vragen en denkrichting van de deelnemers.
Tussen de sessies
Mentorschap stopt niet na één dag.
Deelnemers krijgen:
-
gerichte opdrachten om tijdens de maand verder te werken
-
reflectievragen die aansluiten bij hun persoonlijk proces
-
online ondersteuning wanneer ze vastlopen of vragen hebben
Zo ontstaat er continuïteit.
Geen losse momenten, maar een doorlopend traject.
Praktisch
-
Investering: €3000 voor het volledige jaartraject
-
Gespreide betaling: mogelijk aan €300 per maand
-
Engagement: inschrijving voor het volledige schooljaar
-
Plaatsen: beperkt tot 4 deelnemers
De vaste jaarbijdrage weerspiegelt de voorbereiding, begeleiding tussen de sessies, externe activiteiten, maaltijden, verzekering en het vrijhouden van capaciteit gedurende het volledige traject.
Positionering
Dit mentorschap staat bewust naast school.
Het neemt geen leerstof over en vervangt geen onderwijs.
Het ondersteunt jongeren in hun denken, zelfregulatie en richting — precies daar waar scholen vaak minder ruimte voor hebben.
Een traject dat verder reikt dan school
Voor sommige jongeren is dit het verschil tussen
veel kunnen en weten wat ermee te doen.
Niet door hen te versnellen,
maar door hen te leren vertragen op de juiste momenten,
en scherp te worden waar het ertoe doet.
Interesse of kennismaking
Om de kwaliteit en samenstelling van de groep te bewaken, start elk traject met een kennismakingsgesprek.
Daarin wordt wederzijds afgestemd of dit mentorschap aansluit bij de jongere.
Contacteer mij voor meer informatie of een eerste gesprek.

Fragment uit het boek:
Een tiener met een “rainforest mind” spreekt
Hey, ik ben Justin.
Ik ga naar therapie omdat mijn ouders zich zorgen maken.
Ik heb geen 'echte' vrienden
en ik breng veel tijd alleen door op mijn kamer of achter de computer.
Mijn punten gaan achteruit.
Ik ben voor een paar vakken gebuisd.
Ze zijn bang dat ik depressief ben, misschien zelfs suïcidaal.
Mijn ouders hebben gelijk dat ze zich zorgen maken.
Ik weet niet wat er mis is,
maar ik voel me al zolang ik me kan herinneren een warboel,
en de laatste tijd vraag ik me af:
wat heeft het allemaal voor zin?
Ik herinner me dat ik in de kleuterklas zat en probeerde met andere kinderen te praten
over dingen die ik had gelezen,
zoals het uitsterven van de dinosaurussen of hoe vulkanen werken.
Of ik wilde hen de complexiteit tonen van de LEGO-constructies die ik had gebouwd.
Ze keken naar mij alsof ik van een andere planeet kwam en gingen dan in de zandbak spelen.
En ik vroeg me af wat er mis was met mij.
Wat mis ik?
Hoe kunnen zij niet van dinosaurussen houden? Hoe kunnen zij niet van lezen houden?
Mijn leerkracht bleef maar lesgeven over kleuren en vormen en tellen tot tien,
en ik dacht: wat met vermenigvuldigen?
Wat is er mis met mij?
Ik moest stilzitten en werkblaadjes invullen,
terwijl ik wilde weten hoe groot het universum is.
Het is altijd zo geweest.
In de klas zitten, willen leren, eender wat, en telkens opnieuw hetzelfde moeten horen.
Ik ben zo teleurgesteld in mensen, in leerkrachten.
Ik ben gestopt met huiswerk maken voor sommige vakken, en daarom zijn mijn punten zo slecht.
Ik zie het nut niet in om iets te herhalen dat ik al ken.
Mensen zeggen dat ik het gewoon moet doen, maar het voelt als marteling.
En dan zijn er die papers.
Ofwel doe ik zoveel onderzoek dat ik het onmogelijk in vijf pagina’s kan samenvatten
en dien ik niets in,
ofwel weet ik dat wat ik schrijf niet goed genoeg zal zijn,
dus begin ik er niet eens aan.
Ze zeggen dat ik lui ben.
Ben ik lui?
Er is één leerkracht. Meneer Grey.
Hij houdt me op school.
Hij houdt van zijn vak, Engelse literatuur,
en hij houdt van mijn nieuwsgierigheid en mijn vragen.
Hij startte een filosofieclub waar we konden praten over films, literatuur, politiek… eender wat.
Meestal ben ik de enige die komt,
maar hij is er altijd.
Hij zet mijn denken in beweging en dat geeft me hoop.
Iemand die graag denkt buiten de kaders.
Iemand die niet geïntimideerd,
geïrriteerd of beledigd raakt door mijn onverzadigbare honger om te leren.
Iemand die mijn brein uitdaagt.
Ik ben hem echt dankbaar.
Vroeger was ik heel emotioneel.
Ik huilde vaak en mijn ouders noemden me dramatisch.
Ik was heel gevoelig voor geluiden, texturen en geuren.
Ik hield niet van verjaardagsfeestjes omdat ze zo chaotisch waren.
Ik voelde dat mijn ouders zich daar ongemakkelijk bij voelden,
en als jongen moest ik “sterk zijn”.
Ik gaf veel om dingen en werd verdrietig als ik zag dat andere kinderen gekwetst werden.
Nu ben ik niet meer emotioneel of gevoelig.
Niemand weet nog hoe ik me voel.
Grappig genoeg vragen mensen mij soms wat ik voel.
Meestal heb ik geen idee.
Ik maak me veel zorgen.
Over klimaatverandering, armoede, racisme.
Wat kan ik doen dat echt een verschil maakt?
Waarom ben ik hier?
Wat is de zin van het leven?
Mijn hoofd stopt nooit.
Het is uitputtend.
Weet je, ik wil gewoon iemand van mijn leeftijd die wil nadenken, die vragen stelt.
Ik voel me zo vreemd.
We gingen met de school naar San Francisco.
Ik was zo enthousiast om de stad, de musea, de cultuur te zien.
De anderen wilden naar het winkelcentrum.
Het winkelcentrum…
Ik kon het niet aan en wilde weg, maar ik wilde geen scène maken, dus ik zei niets.
Mensen denken dat ik moeilijk ben,
maar ik ben gewoon moe van proberen erbij te horen en me dom te voelen.
Ik wil gewoon normaal zijn.
Ik wil gewoon vrienden.
Ik ben zo alleen.
Ik voel enorme angst wanneer iemand mij vraagt iets te doen wat ik nog nooit gedaan heb
en waarvan ik niet weet of ik het goed en snel kan.
Zoals sport.
Ik vermijd het.
Ik stopte met piano omdat je moet oefenen om beter te worden.
Ik ben gewend om de beste te zijn,
en ik ben bang dat ik misschien toch niet zo slim ben als mensen zeggen.
Daarom neem ik geen risico’s.
Ik wil mensen helpen.
Ik kan het niet verdragen om mensen te zien lijden.
Tegelijk ben ik niet trots op mezelf.
Er waren momenten waarop iemand gepest werd en ik niets deed.
Dat blijft door mijn hoofd spoken.
Mensen proberen me te helpen, en ik waardeer dat, maar het voelt vaak oppervlakkig.
Ze geven snelle oplossingen.
Ik probeer uit te leggen dat het niet zo eenvoudig is,
maar ze begrijpen het niet.
Soms vind ik alleen rust bij mijn hond of in de natuur.
Ik voel me verbonden met bomen, met de wind.
Ik kan nog steeds huilen bij een mooie zonsondergang.
Ik kijk uit naar de universiteit.
Misschien vind ik daar mensen die mij begrijpen.
Of een professor die me echt feedback geeft.
Ik krijg prijzen, maar ze betekenen niets voor mij.
Ik maak fouten die niemand lijkt te zien.
Ze zeggen dat ik de beste ben, maar ik weet hoe veel beter het kan.
En tegelijk ben ik bang.
Wat als het te moeilijk wordt?
Wat als ik niet meer de beste ben?
Wie ben ik dan?
Ik heb nog nooit echt moeten studeren.
Wat als het niet lukt?
Ze zeggen dat ik alles kan worden wat ik wil.
Maar alles wat ik voel… is druk en angst.
Hoe kies je één richting?
Wat als ik niet zo slim ben als iedereen denkt?
Misschien ga ik niet eens verder studeren.
Ze zeggen dat ik hoogbegaafd ben.
Maar zo voelt het helemaal niet...
-----------
Dit traject is niet voor iedereen.
Het is bedoeld voor jongeren die zichzelf op een diep niveau herkennen in dit verhaal.
Niet in elk detail.
Maar in de onderstroom.
In het gevoel van:
te veel denken en nergens echt landen,
honger naar diepgang en tegelijk leegte ervaren,
potentieel voelen en er geen richting aan krijgen,
zich aanpassen en tegelijk vervreemden van zichzelf,
vragen stellen waar zelden echte antwoorden op komen.
Herkenning is hier geen bijkomstigheid.
Het is een absolute voorwaarde tot deelname.
Omdat mentorschap pas werkt wanneer een jongere niet overtuigd moet worden, maar voelt:
“Dit gaat over mij.”
Zonder die herkenning blijft het slechts een interessant traject.
Met die herkenning wordt het een kantelpunt.
Johan