Zelfvertrouwen en assertiviteit bij kinderen en jongeren

Een cursus waar deelnemers en ouders erg enthousiast over zijn

Blog

Beste bezoekers

Door middel van dit blog wil ik graag met jullie het gesprek aangaan over allerhande thema's. Ik ben razend benieuwd naar jullie reacties!
Voel je ook vrij om dingen te delen.

Johan

 

overzicht:  volledig / samenvatting

Halloween verus Kids

Geplaatst op 17 oktober, 2015 om 7:10 Comments reacties (0)

Halloween

Spinnen, skeletten, zombies, ratten, heksen, pompoenen die je aanstaren met hun lichtgevende ogen… Iedereen ziet ze opduiken in ons straatbeeld. Maar waarom versieren mensen hun gevels met angstaanjagende figuren, en waarom wordt Halloween steeds populairder in ons land?

Gisteren liep ik zelf mee met een halloween-wandeling. Een tocht van een zevental kilometer, in het donker, door velden en bossen. Een route versierd met dingen die je normaal liever niet in het donker tegenkomt.

 

Het viel me op dat de opkomst massaal was. Grote aantallen mensen stroomden toe om zich de stuipen op het lijf te laten jagen. En niet enkel volwassenen, ook kinderen lieten zich meevoeren in een wereld van horror en angst.

Ik stelde mezelf de vraag of het wel verstandig is om kinderen mee te nemen naar zo een angstaanjagende evenementen. Maar om op deze vraag te kunnen antwoorden diende ik eerst het antwoord te achterhalen op een andere vraag…

Waarom komt überhaupt iemand naar een dergelijk evenement? Waarom heb ook ik me laten verleiden om hier aan deel te nemen? Waarom gaan mensen op zoek naar angst?

Toen ik me onder de mensen begaf, vermomd als een enge en mysterieuze figuur, kreeg ik meer inzicht op deze vraag. Regelmatig hoorde ik mensen zeggen: “dit is niet echt”, “dit is niet gevaarlijk, alles werd voorbereid”, “je moet niet bang zijn, dit is om te lachen”.

 

‘Om te lachen’. Je grootste angsten onder ogen komen … om te lachen. Hmm wat zouden ze hiermee bedoelen?

Mensen geven elkaar regelmatig het advies om hun angsten onder ogen te komen. Wat ook mij een degelijk advies lijkt.

Onze fantasie maakt alles namelijk veel erger dan de werkelijkheid. Na de confrontatie met onze angst te hebben aangegaan komen we dikwijls tot het besef dat onze angst irreëel is, en zijn we in toekomst minder angstig bij een dergelijke situatie.

Het gegeven dat Halloween in scene gezet is, en niet echt levensbedreigend is, helpt ons om makkelijker de confrontatie aan te gaan met onze angsten. Systematische desensitisatie wordt dit in de gedragstherapie genoemd. Geleidelijk aan worden we blootgesteld aan onze angst. Vertrekkende vanuit een veilige omgeving om te eindigen bij onze effectieve angst.

Lachen om dingen die niet echt zijn, terwijl je lichaam totaal andere signalen geeft. Daar draait het om. Op deze manier trainen we onze hersenen om de signalen van ons lichaam niet altijd even serieus te nemen. We verleggen onze grenzen.

Wat me opviel is dat kinderen op een andere manier met deze confrontatie omgaan. Waar moeders hartslag stijgt en de ademhaling versneld, lopen kinderen vooraan in de groep, op zoek naar de volgende enge act van iemand die in de bosjes verscholen zit. Waar moeders (en ook sommige vaders), gillen wanneer iets of iemand tevoorschijn komt, lopen kinderen het gevaar tegemoet om het nader te bestuderen. Er waren zelfs kinderen die me een knuffel kwamen geven terwijl volwassenen in een boogje om me heen liepen.

Vanwaar dit grote verschil?

Kunnen kinderen dan toch beter onderscheid maken tussen fictie en realiteit? Of zijn ze eerder nonchalant en zich van geen gevaar bewust?

Hoe komt het dat volwassenen angstiger reageren?

Cognitief moeten zij toch sterker staan om fictie te onderscheiden? Zij moeten toch al geleerd hebben om hun gevoelens te reguleren? Of hebben zij in hun leven al meer traumatische ervaringen meegemaakt waardoor ze sneller angstig worden?

 

De ervaring leert me dat kinderen sneller bang zijn van dingen die ze niet kunnen zien. Geluiden, gedachten (vb aan monster onder het bed),schimmen… hebben een groter effect op hun angst dat een afschuwelijk monster tijdens de wandeling.

Zorgt dit visuele aspect dan voor enige geruststelling? Of heeft het eerder te maken met het samenhorigheidsgevoel van een optocht? Er niet alleen voor te staan.

 

Ik ben ervan overtuigd dat Halloween, net zoals alles, voor en nadelen heeft.

 

Het grote voordeel is dat kinderen leren dat volwassenen ook nog bang mogen zijn. Wat een waardevolle les is voor de toekomst. Angst is iets menselijk, een overlevingsmechanisme, en niet iets om ons voor te schamen.

Daarnaast leren ze dat er een verschil is tussen werkelijkheid en fantasie, en tegelijkertijd trainen ze hun jonge hersenen om gevoelens beter te leren herkennen. (angst, opluchting, blijheid, enz)

Het nadeel is dat er steeds een goede omkadering moet zijn. Kinderen dienen steeds begeleid te worden doorheen hun gevoels- en gedachten wereld. Het is noodzakelijk dat de opvoedkundige figuren, de mensen waarop het kind moet kunnen terug vallen, steeds onderscheid blijven maken tussen realiteit en fictie. Kinderen mogen zien dat hun ouders schrikken, maar zien dat hun grote voorbeeld een paniekaanval krijgt is veel traumatischer dan alle Halloween figuren bij elkaar.

NA de tocht is het ook noodzakelijk om de kinderen de ruimte te geven om te vertellen wat ze allemaal gezien en meegemaakt hebben. Dit met respect voor de beleving van het kind, en zonder gevoelens te gaan bagatelliseren.

 

Mijn advies:

Geniet samen met je gezin van een griezelige Halloween. Maar doe dit in een sfeer van vertrouwen en veiligheid.

Een dergelijk avontuur als gezin doorstaan kan enorme voordelen hebben voor de hechtheid en relaties binnen het gezin.

 

Ik wens jullie in elk geval een fijne Halloween!

 

Johan

 

 

 

 

 

De mens als massaproduct.

Geplaatst op 19 september, 2015 om 14:05 Comments reacties (0)

Onze huidige cultuur lijkt me te veranderen aan het snel tempo van een TGV. Alles wordt steeds groter, sneller, toegankelijker, etc.

Soms vraag ik me af hoelang ik dit tempo nog zal aankunnen.

Waar we vroeger een slager hadden staat vandaag een winkelketen. Het hemd dat ik vandaag draag is niet zo op mijn lijf geschreven als ik dacht. Neen, het is er ééntje van de tienduizenden exemplaren die over werden gevlogen uit een ver land.

Een geparfumeerde briefkaart, keurig geschreven in een statige enveloppe, kennen we nu als een email met smiley’s. Of eerder een sms, mms, snapchat, tweet, etc.

Wanneer ik dit neerschrijf, of beter type, zijn er waarschijnlijk al modernere communicatietechnieken ontwikkeld.

Elk dorp had wel zijn dorpsgek. Elke straat zijn 'Moeder Overste' , die alles zag en wist. Elke parochie zijn 'Mijnheer Pastoor' en 'Mijnheer Doktoor'.

Elk stratenblok had zijn eigen telefooncel, elk café een televisietoestel en elke boer zijn knechten die zich 's zomers in het zweet werkten in ruil voor een frisse pint.

Nu, anno 2015, nog niet veel later, ziet ons leven er een stuk anders uit.

Boerderijen werden grote bedrijven met immense machines. Kerels die vroeger hooi zouden binnenhalen in ruil voor een pint spelen nu op hun slaapkamer computergames. Gedaan met sociaal zijn, met fysieke arbeid in de gezonde buitenlucht. Kennen ze het verschil nog wel tussen hooi en stro?

Waar je vroeger als kind uren kon buiten spelen rijden nu trucks. Te laat komen en kattenkwaad uithalen zit er ook al niet meer in. Een smartphone met gps-functie heeft je in een mum van tijd gevonden.

Op café gaan en discussiëren over de 'foute' weersvoorspelling of de politiek, werd vervangen door Facebook waar meningen naar hartenlust in het rond worden geslingerd.

Waar je vroeger tijd had om even na te denken over hoe je best kon reageren op je geparfumeerde brief, verwacht men nu binnen de minuut een berichtje terug.

Wanneer ik door de stad wandel valt het mij op hoe weinig mensen ik in feite ken. Wist ik veel dat mijn buur al twee maand iemand anders is…

Ik las daarnet in de (online) krant dat er in de buurt werd ingebroken. Niemand heeft iets gemerkt. Wie woont er in feite in nummer 27?

Wanneer ik last heb van een kuchhoestje (waarschijnlijk een gevolg van de vele wagens die me steeds voorbijrijden) ga ik naar de groepspraktijk. Mijn huisarts heeft geen tijd, ach ja, met een hoestje durf ik nog wel bij de stagiair langs.

Ik erger me blauw wanneer ik langer dan voorzien moet wachten tussen al die tijdschriftenlezers in de wachtzaal. Ik heb nog een afspraak, rekening houdende met de nodige files zal ik waarschijnlijk weer te laat komen.

Soms vraag ik me af wat welvaart betekent.

Ben ik welvarend als ik een overvolle agenda heb? Wanneer ik geen tijd meer heb voor mijn gezin, of zelfs niet om een praatje te maken over het weer met mijn buurman?

Ben ik welvarend wanneer ik 500 likes op Facebook krijg of mijn mails binnen de minuut kan beantwoorden via mijn smartphone?

Om eerlijk te zijn denk ik al deze dingen niet meer te kunnen missen. Wanneer de wifi-verbinding wegvalt stijgt mijn hartslag zienderogen.

Toch mis ik het soms om gewoon eens te luieren. Of om eens een praatje te maken met mensen zonder er een scherm tussen ons inzit.

Ironisch genoeg denk ik dat ik een gebrek aan privacy heb, terwijl de meeste mensen me nog nooit echt hebben gezien.

Terug keren naar de jaren ’50 dan maar? Neen, dank U. Ik loop liever geen tien minuten door de gietende regen om een telefooncel te vinden wanneer ik een ambulance wil bellen.

Waar ik wel naar op zoek ben is de manier om evenwichtig met al deze luxe om te gaan, zonder mijn instincten als mens te kort te moeten doen.

Ik krijg liever een omhelzing in plaats van een ‘like’. Ik heb liever tastbare vrienden waarbij ik kan uithuilen en die me kunnen beschermen wanneer het nodig is, dan online ‘vrienden’ die ik nooit eerder heb ontmoet.

Maar waar ik me vooral zorgen om maak is om het effect van deze vooruitgang op onze kinderen.

Hoe kunnen ze ooit nog leren dat mensen je ook vriendelijk kunnen vinden zonder je te liken? Dat je iemand een handdruk kan geven in plaats van te ‘porren’. Hoe kunnen ze leren assertief te zijn als ze geen cowboy en indiaantje meer kunnen spelen? Hoe zullen ze ooit een SOS boodschap schrijven vanop een onbewoond eiland, zonder computer en nog erger, zonder wifi?

Zal hun zelfvertrouwen echt kunnen berusten op de illusie van het internet? Zullen ze ooit weten wat het is om echte vrienden te hebben? Om een echte vis te vangen? Om hun weg terug te vinden in een bos? Zullen ze hun ouders blijven bekijken als modelfiguren, of eerder een Braziliaanse popster?

Ik hoop dat onze vooruitgang geen negatief effect zal krijgen op onze welvaart.

Dat welvaart symbool zal komen te staan voor angsten, vermoeidheid, eenzaamheid, overgevoeligheid, depressie, burn-out, etc.

Ik hoop dat onze kinderen, gebruik makende van alle welvaart, zullen kunnen opgroeien tot unieke individuen. Sociaal, zelfzeker, empathisch en vrolijk. Allemaal uniek op hun eigen manier, en niet hoeven te worden als een emotieloze robot.

Eén uit de tienduizenden. 

Johan


 



Rss_feed